Oliemolen in Garrelsweer

 

 

SHG00151 

Uit een akte van 19 mei 1808, die in naam van “ Napoleon, door de gratie Gods en de constitutiën des Rijks keizer der Franschen “, 
is opgemaakt, blijkt dat door de olijslager Pieter Willems een lening is aangegaan van 3.150,00 Franse francs. Dit geld wordt geleend van Marten Uipkens, molenmaker te Helpen ( Helpman bij Groningen ). Hij koopt op 28 juli 1808, met instemming van de collator van de kerk, een stukje grond aan de Trekweg naar Den Dam om daar een molen te bouwen.
In het begin van de 19e eeuw is er dus al sprake van een olie molen in Garrelsweer. In 1834 speelt de molen een belangrijke rol tijdens de afscheiding waarbij de Gereformeerde Kerk ontstond. In het huis van de molen die toen eigenaar was van Jan Jans Nienhuis  werden de eerste kerkdiensten van de “afgescheidenen “ gehouden.
Omdat het in die tijd verboden was om met meer dan 20 personen in 1 ruimte te zijn, werden in het plafond van de grote kamer luiken aangebracht. Zo konden er ook mensen op zolder zitten en toch de dienst meemaken. Uit diverse boedelscheidingsakten blijkt dat de familie Nienhuis tot het begin van de 20e eeuw eigenaars zijn geweest van de molen.
De molen is in 1900 op verzoek van de familie Nienhuis verkocht en in 1901 afgebroken. De molen blijkt elders weer te zijn opgebouwd, maar het is niet duidelijk of dit in Noord Sleen geweest is dan wel in Oud Schonebeek. Het enige wat nog rest van de molen is het molenhuis en 3 molenstenen, die als een soort monument in de tuin zijn opgesteld. In het huis zijn ook nog restanten aanwezig van de zgn oliekelders.

SHG01896     SHG01897     SHG01898     SHG01899