Ons Archief.

In ons archief hebben we een oude handwerkdoos vol handwerkjes, gekregen van  mevr. Betsy Werkman, vroeger woonachtig aan de Stadsweg 7. De doos komt uit de Christelijke basisschool en in het deksel staat de naam J. van Gennip. Wie zij was, is ons niet bekend.      Aangezien sommige werkstukjes veel ouder zijn dan de rest, is het de vraag of alles gemaakt is door dezelfde persoon.

archief2Handwerkonderwijs op de basisschool kent een lange geschiedenis. In de Lager Onderwijswet van 1857 werden de “nuttige handwerken voor meisjes” voor het eerst opgenomen als (niet verplicht) schoolvak. In 1878 werd handwerkonderwijs verplicht op school. De reden was het schoolverzuim onder meisjes tegen te gaan. Eerder gingen ze lang niet altijd regelmatig naar school. Ze bleven thuis om te helpen in het huishouden en 
’s middags gingen ze naar zogenoemde brei- en naaischolen om daar allerlei technieken te leren die in het huishouden van pas kwamen. Het handwerken werd zeer serieus genomen want onderwijzeressen op de brei- en naaischolen deden er al examen in en waren bevoegd om les te geven. 

Het maken van deze oefenwerkstukken bleef tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw een vast onderdeel van het vak handwerken. In de handwerkdoos zitten b.v. 2 breilappen. Dit zijn smalle lange lappen waarin verschillende breisteken werden geoefend. Deze steken konden dan gebruikt worden bij het breien van b.v. truien en sokken. Ook zit er een versteldoek in de doos. Dit is een lapje katoen waar delen uit werden geknipt en deze gaten moesten vervolgens versteld worden met  stukjes van dezelfde stof. De doek in de versteldoos is effen maar in mijn lagere schooltijd moest ik er eentje maken van geruite stof en de ruitjes moesten precies tegen elkaar…. Alles met de hand… Wat een crime! Tot slot nog een wetenswaardigheid over de merklap. Het is een doek waarop de letters van het alfabet geborduurd werden. (Dit was een oefening voor het borduren van initialen op linnengoed). Deze traditie gaat terug tot de 16-de eeuw. De oudste bekende merklap dateert van 1572! Tot aan de tweede wereldoorlog zijn deze merklappen gemaakt. Daarna ging men over tot het vrij borduren van randjes en kantjes. De letters werden achterwege gelaten want het was niet langer gebruikelijk  het  linnengoed te voorzien van initialen.

archief1In de zestiger jaren veranderde het handwerkonderwijs. Nog steeds alleen bestemd voor meisjes maar men kwam tot het inzicht dat handwerken ook plezierig moest zijn. Er werden nu ook bruikbare dingen gemaakt zoals b.v. een inktlap, een ballennet en een foto-etuitje. De leerlijn van vroeger bleef echter uitgangspunt voor de handwerkonderwijzeres: er was een duidelijke opbouw wat betreft verschillende technieken, moeilijkheidsgraad en gebruik van materialen. Halverwege de jaren 70 zijn de vakken handenarbeid voor jongens en handwerken voor meisjes samengevoegd tot het vak handvaardigheid voor jongens en meisjes. De specifieke opleiding tot handwerklerares werd in 1989 opgeheven.

Elly Mooibroek

 

 Ons archief.
In ons archief bevinden zich 2 schalen van Maastrichts aardewerk.
Van de geschiedenis van dit aardewerk is van alles te vertellen.Bekende fabrieken waren die van Petrus Regout, Mosa Maastricht en Société Céramique Maestricht.

Als je op de onderkant van de voorwerpen kijkt, zie je vaak beeldmerkjes staan. Deze verwijzen naar de betreffende fabriek en met een beetje geluk is aan dit merkje ook nog te zien in welke periode het voorwerp gemaakt is.

Regout-aardewerk kan dateren van ongeveer 1850 t/m  1958. Het beeldmerk is de sphinx met daaronder de naam P. Regout.
Al die jaren zijn beeldmerken gebruikt, die onderling van elkaar verschillen.
Regout heeft 4 manieren van dateren gebruikt:
-Directe datering. Het jaartal is dan bij het beeldmerk afgedrukt.
-Turfdatering. Hier is bij het beeldmerk een cijfer en een aantal streepjes te zien. Het jaar 1894 b.v. is weergegeven als een 9 met daarnaast 1111.
-Breukdatering. De tekst “P. Regout Maastricht” staat in een rechthoekig kader. Van dat kader kan een stukje ontbreken, d.w.z. dat de lijn onderbroken wordt.  De “breuk” zit boven een letter van de naam Petrus Regout of onder een letter van het woord Maastricht. Al die breukjes vertegenwoordigen een bepaald jaar of een reeks van jaren. Deze datering werd voor 1900 gebruikt.

-Stipdatering. Deze werd gebruikt in de jaren ’50 en ’60. Onder het beeldmerk is een liggend streepje (staat voor 1960) te zien waar een aantal stippen vόόr of  achter staat. Het jaar 1957 wordt weergegeven als stip stip stip streep en 1962 als streep stip stip. 

societe-  regoutschaal archief
In 1958 werd Regout opgevolgd door N.V. Sphinx- Céramique en in 1960 werd de naam N.V. Koninklijke Sphinx. Het beeldmerk veranderde: de sphinx bleef, met daaronder, schuin geschreven, de naam P. Regout en dit geheel werd in een rond kader geplaatst. In de cirkel kwam de tekst Royal Sphinx Maastricht met daarbij nog een kroontje, Het betreffende jaartal werd vaak aangegeven middels streep- en stipdatering.
Van de schalen in het archief is de ene gemaakt bij Petrus Regout (in de periode 1935-1950) en de andere bij Société Céramique Maestricht.

Deze laatste fabriek begon in 1863 en heeft veel merkjes gebruikt, die meestal moeilijk te dateren zijn. In het beeldmerk zie je bijna altijd een staande leeuw in een rond kader met daar omheen allerlei variaties. Aan de hand van het staartje kun je  soms ook achter het jaartal komen. Het staartje veranderde namelijk van tijd tot tijd. Het beeldmerk onder onze schaal is gebruikt van ongeveer 1900 tot 1957. De schaal lijkt ouder dan de regoutschaal en dat zou dus kunnen kloppen.
Vanaf 1930 zijn ook merken gebruikt die bestaan uit alleen de tekst “Société Céramique Maastricht” of uit de letters C en S door elkaar geschreven.

Tenslotte nog kort iets over de beeldmerkjes van Mosa. Vrij bekend is de driehoek met daarin de letters PMM (staat voor Porselein Mosa Maastricht)

Ook de brug met de bogen kom je vaak tegen. Aan de brug kun je zien in welke periode het voorwerp gemaakt is. Vanaf 1918 gebruikte men de brug met 7 bogen, vanaf 1940 telde de brug 5 bogen en in 1950 ging men over naar de brug met 3 bogen.
Mocht u  in het bezit zijn van Maastrichts aardewerk dan kunt u er nu misschien achter komen hoe oud uw voorwerp is. Zo niet, dan ben ik altijd bereid om voor u eens in de boeken te duiken.

Elly Mooibroek